 |
+/- Tidal Urbanism
Code PSC021
een concept voor een meerlagig dynamisch landschappelijk en stedenbouwkundig ontwikkelingssysteem, gericht op de bodemverbetering van een laaggelegen drassige polder en de integrale aanpak van het statisch en monotoon ecosysteem. Amfibisch wonen / leven is hierbij niet enkel het doel maar tevens het middel, dankzij de kracht van het water.
Gekozen locatie: 'Polder
(-)', laaggelegen polders in de nabijheid van een getijdenrivier.
Beperkingen: drassige bodem (bouwtechnisch, landbouwtechnisch), verstarde
monocultuur (ecologisch), monotoon landschap en te éézijdige
ervaring van de dynamische kracht van water (beleving), ontsluiting, wonen
en ruimtelijke ordening zijn afhankelijk van verhoogde wegen en dijken
(stedenbouwkundig).
De voornaamste, vaststelling is het feit dat een perfecte controle op
het dynamisch watersysteem heeft geleid tot een statische en starre omgeving
(waterpeil, weiden, woonomgeving) die zich onttrekt aan de dynamiek van
de natuur. Dit lijkt paradoxaal, want controle moet niet persé
verstarren.
Door het controlesysteem op het water dynamisch te gebruiken, zal ook
het landschap de invloed van de dynamische aanwending ondergaan: vorm
geven aan het water is vorm geven aan het landschap.
'Shaping the water' gebeurt hier door de introductie van een nieuwe topografie,
genaamd '+/- Tidal Urbanism', die zich tegelijkertijd manifesteert op
zowel stedenbouwkundig als landschappelijk vlak, en méér
is dan de ordening / organisatie van het wonen en de ruimte.
Het gaat om de invoering van een dynamisch successieproces, gebaseerd
op de getijden, dat ingrijpt op het integrale ecosysteem van een gebied
en er op korte termijn het amfibisch leven mogelijk maakt. Op lange termijn
leidt dit naar een gedifferentieerd dynamisch ecosysteem (met bouwrijpe
bodem): van monocultuur naar polycultuur; van Polder(-) naar Polder(+).
+/- Tidal Urbanism ontwikkelt een (sub)urban ecosysteem met drie op elkaar
ingrijpende, gecontroleerde dynamieken: water (waterpeilaanpassing van
droog tot overstroming), landgebruik (wisselend programma en verplaatsende
positie van o.m. landbouw-, recreatie- en woongebied) en amfibisch wonen
(Met-Zet Floating Structures, Met-Zet Woningen, In-planting, Uit-zetting,
Tournée Generale)

De stedenbouwkundige noch architecturale opzet heersen over de landschappelijke
/ ecologische structuur en zijn er evenmin ondergeschikt aan. In een symbiotische
associatie evolueren ze samen.
De reeks van specifieke ingrepen, gaande van grondverplaatsing (verrimpeling)
tot de introductie van bio-dynamische architectuur (Met-Zet woning wordt
grond- en meststof - zie tijdslijn) is grotendeels van bio-synthetische
aard, gebaseerd op het samenbrengen van enerzijds typisch natuurlijke
elementen met anderzijds typisch artificiële, zoals ook het begrip
'amfibisch wonen' dat is.
De relatief korte levensduur van de Met-Zet Woning is een kruisbestuiving
van het weg-werp denken (met een hoog dynamisch karakter) en het duurzaam
ecologisch denken (met weinig verspilling). Dit product ontspringt de
klassieke kringlopendans van arbeidsintensieve en dure recyclagemechanismen
en legt de woonvorm voor toekomstige generaties niet vast. Het duurzaam
wonen is niet gebaseerd op een optelsom van kringlopen, maar op een product
gemaakt in functie van een eindbestemming (grondverbetering), dat tijdens
zijn rijpingsproces wordt aangewend om in (met) te wonen. Amfibisch leven

wordt zo deel van een duurzaam productieproces.
1. Wrinkling the landscape: het water(-schap) vervormen (plaatselijk uitdiepen
van grachten), het creëren van hoger gelegen land(schaps)tongen (ophoging
bij wegen).
2. Vliedbergen: hoogwater vluchtplaatsen voorzien van basisinfrastructuur
(energie,
) en bio-dynamische boerderijen (eiland, omdijking van
bestaande gebouwen)
3. Introductie van Met-Zet Architectuur: onderzoek en ontwikkeling van
bio-synthetische (composteerbare, up-cyclebare bouwelementen, +/-10 jaar
rijpend)
4. Inplanting van Met-Zet Floating Structures: op de grachten drijvende
bruggen en wegen creëren een dynamisch ontsluitingspatroon en bewegende
landmarks
5. Inplanting van Met-Zet Woningen: duurzame caissons met bio-synthetische
bovenbouw, opgebouwd en verankerd langsheen grote wegen en dijken (4x/jaar)
6. Introductie van een Controled Dynamic Watersystem: via sluizen en pompen,
zeer nauwkeurig, verhogen (en later verlagen) van het binnendijks waterpeil
7. Ontstaan van een dynamisch wetlandschap: plasdras weiland, vijvers,
reservoirs
ter verhoging van de natuurwaarden
8. Introductie van een Dynamic Landuse System: programmatie van wisselend
gebruik van de bodem (verschuivende vegetatie, wisselteelten,
)
9. Uit-zetten van Met-Zet Woningen: het lossen van een groep woningen;
vrije verhuizing (op bv. automotorkracht) bij hoge waterstand, 'ergens'
in de polder aanlandend, en daar lokaal iets
bijdragend aan het bodembeheer.

10. Ontstaan van een dynamisch (sub-) urbanisme: geregelde wijziging van
inplanting, dichtheid, locaties, buren, open ruimte, paden, programma,
activiteiten
11. Tournée Generale: geregelde totale overstroming over meerdere
polders, met totale wisseling van alle patronen (of noodmaatregel bij
sociale spanningen).
12. Bio-dynamische architectuur: na +/- 10 jaar is de Met-Zet Woning gerijpt
door gebruik, en wordt voeding en grondstof voor de bodem.
13. Amfibisch Leven: al wonend in een Met-Zet woning actief deel uit maken
van een dynamisch ecosysteem; leven mét het water en mét
het land, temidden een steeds
wisselend landschap en een variërende sociale context; grote individuele
vrijheid + grote sociale verantwoordelijkheid.
14. Polder(+): de climax-associatie van Polder(-) na +/- 200 jaar Tidal
Urbanism: b(v)ouwrijp na gedifferentieerde bodemverbetering waarop ook
Split-Dubo-Woningen
15. Split-Dubo-woningen: volgens de in 2200 geldende regels voor duurzaam
bouwen geconcipiëerde, vertikaal-splitsbare woning: 1/2 lands, 1/2
waters.
Morgen waterpolo, slijkvoetbal of jeux-des-boules in de tuin?
|