Frogging

Code PSB020


Door selectieve ophoging en afgraving binnen veengebieden ontstaan zetwallen, die door seizoenswisselingen een telkens veranderend waterlandschap opleveren, van nat tot droog. Als ontginningslinten vormen deze wallen interessante woonmilieu's. Hierbij wordt het wonen, vast of drijvend, in het veranderende landschap tot een dynamisch proces. De woning verandert met de seizoenen mee.

landschap

Het water moet meer ruimte krijgen. Gebieden langs de grote rivieren moeten onder water gezet kunnen worden. Een ander waterbeheer is noodzakelijk; teveel water wordt afgevoerd. Water speelt een essentiele rol in de Ecologische hoofdstructuur in Nederland. Daarnaast zakt Nederland. Veen en veenresten in de ondergrond zorgen er voor dat overheden honderden miljoenen per jaar uitgeven aan ophogen en drooghouden. In vroeger tijden toen de mens voor zijn persoonlijk comfort afhankelijk was van dit veen werd het laagveen volgens een vast patroon ontgonnen. Turf werd uit trekgaten weggebaggerd en op niet verveende smalle stroken land uitgestort en gedroogd. Het tussen de wallen gelegen gebied verveende of er vormden zich meren. Een patroon wat wij voorstellen refereert aan dit patroon. De veenresten of veenlagen worden vrijgelegd waarbij de bovenlaag wordt opgezet in een geprofileerde wal. Het veen wordt plaatselijk op de wal uitgestort, de rest wordt gebruikt voor energie, turfmolm of als biomassa voor alternatieve energie.

De zetwallen vormen nieuwe ontginningslijnen voor nieuwe waterbergingen en zorgen voor nieuwe spannende meren. De zetwal zelf is geprofileerd in een hoger dijklichaam waaraan kan worden gewoond - een laaggelegen deel met lichte hoogteverschillen met veen, klei en wellicht ook zand waarbij verschillende vegetaties kunnen ontstaan - een zomerdijkje wat de moerastuin beschermd tegen afslag. Tussen zomer en winter wisselt het beeld in het moeras in een spannend patroon door droogvallen of onderlopen van de delen.
In de dijk van de zetwal worden voorzieningen voor nomadewoningen meegenomen.

wonen
Ook de opvattting over het wonen is aan veranderingen onderhevig. Tegenover de dwangmatig geconcipieerde Vinex woonwijken is er een behoefte ontstaan aan vrije en individueel gerichte vormen van wonen. Deze benadering veronderstelt andere vormen van planning, met meer spelregels en minder welstand.
Wat hieraan moet worden toegevoegd is de mogelijkheid die woning in toenemende mate moet kunnen bieden om veranderingen in het gebruik toe te staan. Hiermee wordt het wonen, in plaats van statisch 'gesetteld' zijn, tot een dynamisch proces.

Hoewel de combinatie van wonen en water als leefomgeving reeds beproefde concepten heeft opgeleverd, zijn er nog steeds uitdagende opgaves te stellen.
Door bijvoorbeeld in te spelen op veranderingen van de seizoenen kan de woning aan beleving winnen en zou de ligging van de woning in een waterrijk milieu op een bijzondere manier kunnen worden benut. Zon, water, lucht en land worden instrumenten die het wonen op verschillende manieren beïnvloeden en die de bewoner telkens op andere wijze zijn woning laat mee veranderen. Besloten in de winter, ontluikend in de lente, open in de zomer, terugtrekkend in de herfst.

Concept: Frogging, de verbinding van het dynamische wonen met het wisselende waterlandschap.
Het dynamische wonen heeft een dynamisch landschap nodig. Het seizoensgewijs stijgen en dalen van de waterspiegel levert niet alleen een gevarieerde flora en fauna op, maar biedt ook de woning die veranderingen die een afwisselend wonen mogelijk maken. Frogging is geinspireerd op de telkens veranderende habitat van de kikker. In de zomer drijvend en vrij op het water, in de winter in besloten gemeenschap verankerd aan de opgeworpen wal De woning past zich aan deze verschillen aan, door zich in de winter in een dikke huid te hullen. In de lente en zomer ontvouwt zich deze huid, die stevig als ze is, dienst kan doen als terras.

De zetwal vormt de basis van frogging. Bestaande uit selectief afgegraven en opgehoogde stroken land, kan het zetwal landschap gedeeltelijk onderlopen wanneer het waterpeil stijgt. Vegetatiesoorten veranderen mee en dieren verplaatsen zich aan de hand van dit proces. De wal voorkomt daarnaast de erosie van het landschap door de wind en golven en bied beschutting. De wal, of gevormd grondlichaam, bevat alle noodzakelijke technische voorzieningen voor de woningen en is tevens een nieuwe ontginningslijn waarlangs de woningen worden gerangschikt. De woningen kunnen zich over het water verplaatsen of dijnen mee met de wisselende waterhoogtes. Bij lage waterstanden kan de woning aandrijven aan de wal of droogvallen in de polder.

Uitwerking
Omdat recreatieve en ecologische waarden binnen frogging worden gecombineerd, krijgt de de woning een grotere en rijkere leefomgeving: Ook de woning zelf wordt hierop ingesteld, waardoor er verschillende woningtypes te bedenken zijn: Drijf-in, Stelt, Uitklap en Meerpaal. Allen gaan ze in op de wisselende landschappelijke omstandigheden.
Een plaatselijk nomadisch bestaan ligt in het verschiet; de bewoner wordt tot poldernomade.


Toelichting bij de illustraties
1 De zetwal ontstaat door selectieve ophoging en plaatselijke ontgraving van bovenlaag en veen.
2 Door variaties aan te brengen in de hoogte van de wal, bodemopbouw en door waterstijging/daling komen verschillende vegetaties en dieren voor. Het beeld hiervan is nooit statisch.
3 De uitwerking van het principe op grotere schaal levert een boeiend landschap op waar de grens tussen landschap en wonen vervaagt.
4 Impressies van de wal laten zien dat door het 'dynamisch profiel' ook een aantrekkelijk (woon)milieu ontstaat. De woningen zijn gekoppeld aan de wal.
5 De verschillende woningtypes onderstrepen het nomadische en door het seizoen bepaalde karakter van het wonen.