RUIM SOP

Code PSB018


Laag- Nederland is toe aan een nieuw watersysteem, het bufferen van water in de winter ten behoeve van de watervoorziening in de zomer, buffersysteem. Polders vormen hiervoor de ideale plek, zowel landschappelijk als waterkundig. De amfibische woonvorm wordt dan drijven tijdens hoogwater en wonen in de strip tijdens laagwater.

Inleiding

Om de juiste plaats aan te kunnen wijzen voor het toekomstige amfibisch wonen moet er in eerste instantie goed inzicht worden verkregen in het aanwezige landschap en het watersysteem in laag Nederland. Tegenwoordig komt het vaak voor dat goede landbouwgronden worden opgeofferd ten behoeve van woningbouw, natuurontwikkeling en andere claims. Daar tegenover staat dat een groot landbouwareaal in laag Nederland onderhevig is aan verzilting. Met man en macht wordt geprobeerd deze in productie te houden. Is het logisch om op deze voet verder te gaan, om ieder willekeurige landbouwgrond uit bedrijf te nemen, niet kijkend naar de economische waarde ervan, of gaan we de juiste functie aan de juiste plaats toekennen.
Wateroverlast speelt in toenemende mate parten in laag Nederland. Dit uit zich vooral in problemen met het bergen van overtollig water (beperkte boezemcapaciteit). We vragen ons af of de conventionele manier, plaatsen van grotere gemalen, het onder laten lopen van goede landbouwgronden voor calamiteiten buffering, enz., de manier is om verder te gaan. Is het mogelijk om voor het probleem, waterbuffering, een gestructureerde oplossing te vinden?

Kunnen we de functies wonen en waterbuffering koppelen, zijn dit de nieuwe amfibische woongebieden? De aan verzilting onderhevige gebieden vormen hiervoor de zoekgebieden in laag Nederland.

Oorzaken van verzilting en wateroverlast:

Verzilting en wateroverlast zullen in de toekomst steeds meer een probleem vormen.
Factoren die hier indirect aan bijdragen zijn:

- De neerslag zal in 2050 met 3% en in 2100 met 6% toenemen en zich vooral in de winter periodes concentreren;
- Mondiale zeespiegelstijging van 20 cm in 2050 tot 50 cm in 2100;
- Nederland 'kantelt' langs de as Emmen/ Bergen op Zoom. Noordwestelijk van deze lijn daalt de bodem enkele centimeters tot 9 cm per eeuw en zuidoostelijk stijgt de bodem in dezelfde orde.

Met betrekking tot het waterbeleid worden de problemen van verzilting en wateroverlast nog eens versterkt door menselijk handelen:

- Onder invloed van het bestaande waterbeheer klinken klei en veenbodems in, dit kan resulteren van enkele decimeters per eeuw bij kleibodems tot een daling van een meter per eeuw bij veenbodems. Resultaat; een toenemende invloed van het van naturen aanwezige zout of brak grondwater in diepe polders en droogmakerijen op de waterkwaliteit van polderen boezemsysteem;

De verwachte veranderingen hebben vooral effect op de waterbeschikbaarheid en de waterkwaliteit, een zeer essentiële factor voor het landelijk gebied en de maatschappij in het algemeen.

Conclusie:

De gevolgen van klimaatsverandering en bodemdaling in laag Nederland zijn:
- Verdere toename van de verzilting;
- Beperkte boezemcapaciteit;
- Zoet water tekort in de zomerperiode.

De twee onderstaande kaarten, geven weer in welke mate er spraken is van verzilting (fig. 1) en van een beperkte boezemcapaciteit (fig. 2) in Nederland.
De verziltingskaart vormt de onderlegger waar de waterbuffering plaats kan vinden.


Overheid / provincie

- Lange termijn strategie voor ontwikkelingen als bodemdaling en klimaatsverandering;
- Watersysteembenadering: ruimtelijke keuzes moeten zoveel mogelijk worden aangestuurd door de eigenschap van het aldaar aanwezige water;
- Voorraadbeheer: voldoende water van een goede kwaliteit nu en in de toekomst;
- Gericht op verschillende belangen zoals veiligheid, landbouw, natuur, drinkwatervoorziening, transport, recreatie en visserij;
- Gebiedsgerichte aanpak;
- De watersystemen moeten flexibel en zelfvoorzienend worden.


Conclusie:

Doordat de landbouwsector ook in de toekomst achterblijft bij de groei van de gehele Nederlandse economie, zal er tot het jaar 2030 een verdere afname plaatsvinden van het landbouwareaal.
Kijkend naar de verziltingsproblematiek van de landbouwgrond in laag Nederland is het nu en in de toekomst zeer onaantrekkelijk om op deze gronden te blijven boeren. Uit productie nemen, van de aan verzilting onderhevige landbouwgronden en het vrijwaarden van 'goede' niet aan verzilting onderhevige gronden, is dan ook een logisch gevolg.
Door de 'vrijgekomen' landbouwgronden in te zetten voor het inpassen van de overige ruimteclaims zoals; wonen, bedrijventerreinen, natuur en recreatie en infrastructuur, maar met name ook de waterbuffering, kan een oplossing worden geboden voor enerzijds het waterverslindende systeem van doorspoeling en anderzijds het ruimte tekort.


Huidig watersysteem

Het watersysteem in laag Nederland is gebaseerd op het voorzien van voldoende en kwalitatief goed water. De waterkwaliteit in het huidige watersysteem is aan het afnemen, oorzaken hiervan zijn:
- Uitslaan van brak water in de boezem;
- Inlaten van gebiedsvreemd (vervuild) water in tijden van droogte.


Zoute kwel
Zoute kwel is het omhoog komen van zoutwater stromen. Deze worden gevoed door het potentiaal verschil tussen de zeespiegel en het laag liggende land. Het van oudsher aanwezige zoute water, in de diepe grondlaag, wordt hierdoor omhoog gestuwd. Zoute kwel komt vooral voor in diepe polders en droogmakerijen (fig.3).

Ontwatering
Ontwatering is bedoeld om landbouwgrond bewerkbaar te maken. Dit wordt bewerkstelligd door het verlagen van het grondwaterpeil. Gevolg van het ontwateren is bodemdaling, door inklinking van de bodem, en het omhoog trekken van de zoutwaterbel. Dit systeem versterkt de verzilting (fig. 4).

Doorspoelen
Het systeem van doorspoeling is bedoeld om landbouwgronden te voorzien van goed zoet water. Het zoete water wordt op een punt ingelaten en op een ander punt weer uitgeslagen. In het tussen liggende traject wordt het zoute kwelwater hierin opgenomen. Het gevolg hiervan is dat het boezemwater een hoger zoutgehalte krijgt. Gebieden die niet onderhevig zijn aan verzilting worden, met de inname van boezemwater tijdens droge periodes, zo indirect belast met zout water (fig. 5).

Nieuw watersysteem

Het nieuwe watersysteem is gebaseerd op een duurzame oplossing om laag Nederland te voorzien van voldoende en kwalitatief goed water.

Buffersysteem

In het buffersysteem is vooral de beschikbaarheid van voldoende water, van een goede kwaliteit, van belang. In droge periodes kan dit water gebruikt worden als sproei of doorspoel water voor de landbouw.
Het grote aanbod van water in de winterperiode, seizoensberging, welke vaak tot problemen leidt, kunnen we hiervoor gebruiken. We zullen het water hiervoor op moeten slaan. Ook eventuele piekafvoeren moeten hiermee ondervangen kunnen worden, piekberging. Gestreefd moet worden naar een situatie waarin grote hoeveelheden water onder vrij verval in het buffergebied kunnen worden ingelaten.
Voor het opslaan van het water zijn de polders zeer geschikt. We kunnen er grote hoeveelheden water in opslaan en ze maken deel uit van het aanwezige watersysteem (fig. 6).
Met het opslaan van water in een polder wordt tevens de aanvoer van zoute kwel onderdrukt. In de zomerperiode, wanneer er schaarste is in water aanbod, kan het water uit de polder gebruikt worden voor de landbouw en het stedelijk water (fig. 7).


Eindconclusie

Zoals eerder beschreven zal het watersysteem in de toekomst een steeds belangrijkere rol gaan spelen in de ruimtelijke ordening. Problemen zoals verzilting en wateroverlast door een te kleine waterbufferingscapaciteit, zijn misschien wel de grootste ruimtelijke claims die er op dit ogenblik spelen. Hiermee legt het watersysteem ook haar claim op de toch al zwaar geclaimde grond in Nederland. Een enkele functie per gebied is dan ook niet meer denkbaar en haalbaar, er moet gezocht worden naar het combineren van functies. Combinaties gestoeld op duurzaamheid.
Verzilting en waterbuffering zijn onderwerpen die op de dag van vandaag los van elkaar worden bestudeerd. Door beide kaarten over elkaar te leggen (fig.1 en 2) valt direct op dat het probleem van verzilting en een beperkte boezemcapaciteit voor een groot deel samenvalt. Waar er spraken is van een waterbufferings probleem moet er binnen, of zo dicht mogelijk bij het gebied, gezocht worden naar een geschikt gebied waar deze waterbuffering kan plaatsvinden. De aan verzilting onderhevige gebieden zijn de aangewezen gebieden waar deze waterbuffering kan plaatsvinden. De verziltingskaart dient zo als verdeelsleutel voor de waterbuffering.
Op deze manier vormt de verzilting de onderlegger voor de ruimtelijke ontwikkelingen van laag Nederland en de toewijzing van eventuele amfibische woongebieden.