|
Op natte voeten leven
Code PSB015
Geeft water zijn plek
zodat de kracht van de rivier (be)leefbaar wordt
Volgt de successiepatronen van vegetatie
Benut de kansen die herstructuering biedt
Maakt met ophogen en bodemsanering
ruimte voor water (= groen)
De dijk als drager van stedelijke functies
Water als drager van natuur
De locatie
De locatie is een buitendijks bedrijventerrein dat herontwikkeld wordt
tot woongebieden waarin water (weer) de hoofdrol speelt. Het gebied is
omgeven door rivier, dijk, stad en natuur (uiterwaarden).
Er is gekozen voor een herontwikkelingslocatie, omdat herontwikkeling
de voorkeur verdient boven de ontwikkeling van nieuwe uitleggebieden.
Bij herontwikkeling kan de kwaliteit van het nieuwe woongebied alsmede
van de stad als geheel verbeteren. Bovendien bieden buitendijkse lokaties
meer mogelijkheden voor dynamiek en zijn ze minder in zichzelf gekeerd
dan binnendijkse en laagliggende locaties.
Twee beperkingen zijn voor dit type locaties van bijzonder belang. Ten
eerste, een groot deel van de (water)bodem op dit type bedrijventerreinen
is vaak ernstig verontreinigd. Dit betekent dat de functie- en locatiekeuze
en saneringsvariant op elkaar afgestemd dienen te worden.
De tweede beperking is dat het maaiveld van het huidige bedrijfsterrein
te laag is. Ophogen is nodig om een veilig woonmilieu te scheppen.
De aanpak
1. De aanpak is geïnspireerd op de successiepatronen van vegetaties
in dynamische biotopen. We zien drie buitendijkse biotopen, die symbool
staan voor drie woonmilieus, elk met zijn eigen karakter, bepaald door
verschillen in dynamiek, de ruimte voor water en samenstelling en omvang
van de biomassa:
Waterfronts: In en aan het water vinden we pioniers. Sterk opportunistische
en aangepaste planten.
Transit: Wat verder van het water, net buiten de directe invloed, begint
een overgangsgebied. Beschermd
door een wat hogere ligging neemt de vegetatie in dichtheid en soortenrijkdom
toe.
Magnum: De biomassa en diversiteit is het grootst op de hogere gronden.
2. De ophoging en sanering zijn te realiseren binnen een gesloten grondbalans.
Het ophogen gebeurt met (schone) grond uit het plangebied en maakt waterberging
en natuurontwikkeling mogelijk. Waar isolatie van (mobiele) verontreinigingen
nodig is, wordt de grond tot boven het waterpeil opgehoogd en bewoond.
3. Historie: restanten van industriële activiteiten hebben nieuwe
toepassing gekregen als woningen, onderdeel van de verkeersinfrastructuuur
of voor de opslag van drink- of afvalwater of vervuilde grond.
WATERFRONT
In het woonmilieu WATERFRONT wordt de mens pionier. WATERFRONT is de verbeelding
en beleving van opportunisme, vernuft en zelfredzaamheid. De bewoners
dienen zichzelf te voorzien van alternatieve bronnen van vervoer, water
of energievoorziening. Aan- en afvoer over het droge is hier niet altijd
'vanzelfsprekend', zodat ontsluiting over water of door de lucht geboden
is. Bewoners benutten vooral de vruchten van het industriele tijdperk
(industrieel erfgoed, bodemsanering).
Transit
In dit overgangsmilieu vloeien water, stad en groen samen. TRANSIT ontleent
zijn identiteit aan de mix van de verschillende combinaties van de stijlen
en invloeden. Het materiaalgebruik kenmerkt zich door een 'sprookjesachtige'
vermenging van gebouwen met groen: vegetatiedaken, begroeide muren, veelvuldige
gebruik hout. Het toelaten van wisselende waterniveaus staat in het woonmilieu
TRANSIT centraal. We vinden drijvende woningen, maar ook grondgebonden
woningen waarvan de tuin bij hoogwater deels onderloopt (zgn. wintertuinen).
Ook wegen kunnen onderlopen. Voor fietsers en voetgangers is droge ontsluiting
echter gegarandeerd. De auto is op loopafstand in een gemeenschappelijke
parkeergarage in het stedelijk lint.
MAGNUM
"Life is bigger, and you are not me,'' zingt REM en geeft daarmee
de twee dimensies van het concept MAGNUM: Massa & Individualiteit.
De massa refereert aan de dijk en de grote gebouwen op dit type bedrijventerreinen.
De individualiteit verwijst naar de grote diversiteit aan woningtypen.
Een diversiteit die ook tot expressie komt in het gevelpatroon, kleur-
en materiaalgebruik. De orientatie en maatvoering dienen het karakter
van het dijklint te versterken. Het woonmilieu MAGNUM bestaat uit een
massief stedelijk lint met hoge dichtheden langs de dijk. De massa wordt
doorsneden door openbare ruimten en doorzichten. Deze tooien zich in uitbundig
groen en geven zicht op de rivier en uitwaarden.
|