|
GIRO 555
Het rivierdijkenlandschap historiseren is een illusie. De cultuurhistorische waarde ervan bestaat bij de gratie van kunstmatige ontwikkelingen, en bij de gratie van de grillige natuur. Aan de hand van nieuwe ingrepen zal het rivierenlandschap cultuurgeschiedenis kunnen blijven schrijven. De grote diversiteit aan natuurlijke biotopen zoals bossen, terpen en stranden maakt uiterwaardgebieden zeer bijzonder. De wilde rivier boezemt angst in, welke de aantrekkingskracht van dit desolate gebied nog meer versterkt. In een uiterwaard langs de Waal en oog in oog met de drukste bruggen van ons land ontstaat een nieuw concept van wonen en recreëren met het water. Het rivierkundige concept is tegelijk een cultureel statement: Nederland als kunstwerk. opgave De bruggen vormen als bestaande verkeersader een ideale katalysator voor zo'n experiment. De autobaan is de vereiste levensader voor het laten ontstaan van een recreatief gebied en bijzondere woonmilieus. De uiterwaard kan worden gedacht als een uitgebreide 'raststätte' voor zowel de doorgaande reiziger als voor de dagtoerist of bewoner. rivierkundige aspecten Wanneer echter in een rivierprofiel wordt ingegrepen moeten tegengestelde maatregelen worden gecombineerd om nadelige morfologische reacties in de rivierstroming te voorkomen. Dit principe wordt toegepast door nevengeulen en uiterwaardverlaging (stroomverruiming) met ooibossen en bebouwing (stroombelemmering) te combineren. Het ontwerp is een op rivierkundige aspecten gebaseerd tactisch voorstel voor de implantatie van een aantal activiteiten in de uiterwaard. Het stromingspatroon bij hoogwater is de aanleiding voor een zonering in de richting van de rivier. De compositie van het ontwerp heeft het morfologische voordeel dat een maximale ingreep in het rivierprofiel een minimale stroombelemmering veroorzaakt. ontwerp De inundatieregie in de uiterwaard bepaalt het patroon van wat boven het water uitsteekt en wat niet. De waterstandfluctuatie ensceneert een indrukwekkend waterballet, waarbij de hoger gelegen delen in de uiterwaard transformeren tot eilanden. De wintersatelliet vormt een plezierhaven in genotvolle krachtmeting met het natuurgeweld. Bebouwing en natuurontwikkeling hebben ieder hun eigen dynamiek. Bebouwing gaat schoksgewijs, natuurontwikkeling gaat geleidelijk, maar kent geen eindvorm. Het ontwerp laat dan ook een groeiproces door de tijd toe. Erosie en sedimentatie zullen nieuwe landschappen slijpen. Je kunt immers niet twee keer in dezelfde rivier afdalen. |