GIRO 555

Code PSB 014


statement
Na een periode van betrekkelijke rust is ons land wakker geschud door de hoogwaters in de rivieren van 1993 en 1995. Met de daarop volgende versnelde dijkverbetering kwam ook het denken op gang over hoe het in de toekomst verder moet. Staat veiligheid nog wel gelijk aan droogheid? Naast de harde middelen van hogere dijken doen tal van alternatieve oplossingen de ronde die globaal neerkomen op een 'hernatting' van Nederland. Misschien kunnen we overstromingen wel als attracties gaan benaderen.

Het rivierdijkenlandschap historiseren is een illusie. De cultuurhistorische waarde ervan bestaat bij de gratie van kunstmatige ontwikkelingen, en bij de gratie van de grillige natuur. Aan de hand van nieuwe ingrepen zal het rivierenlandschap cultuurgeschiedenis kunnen blijven schrijven.

De grote diversiteit aan natuurlijke biotopen zoals bossen, terpen en stranden maakt uiterwaardgebieden zeer bijzonder. De wilde rivier boezemt angst in, welke de aantrekkingskracht van dit desolate gebied nog meer versterkt. In een uiterwaard langs de Waal en oog in oog met de drukste bruggen van ons land ontstaat een nieuw concept van wonen en recreëren met het water. Het rivierkundige concept is tegelijk een cultureel statement: Nederland als kunstwerk.

opgave
Zonder voorbij te gaan aan de potentiële aantrekkelijkheid van enkel autonome natuurontwikkeling in uiterwaarden wil ik dit proces in één uiterwaard parallel laten lopen aan de ontwikkeling van recreatie en nieuwe woonmilieus. Het 'ongerepte' transleert in een provocatie van het 'gebruik' van vrijheid en dynamiek. Verschillende funkties die een hernieuwde relatie met de rivier kunnen entamineren worden in het gebied geïntroduceerd.

De bruggen vormen als bestaande verkeersader een ideale katalysator voor zo'n experiment. De autobaan is de vereiste levensader voor het laten ontstaan van een recreatief gebied en bijzondere woonmilieus. De uiterwaard kan worden gedacht als een uitgebreide 'raststätte' voor zowel de doorgaande reiziger als voor de dagtoerist of bewoner.

rivierkundige aspecten
Een duurzame bescherming tegen overstromingen bestaat uit een andere inrichting van het rivierengebied, die de rivier ruimte teruggeven waardoor de hoogwaterstanden worden verlaagd. De vicieuze cirkel van aanslibbende uiterwaarden kan worden doorbroken door het aanleggen van nevengeulen. De relatie tussen winterbed en rivier wordt hersteld.

Wanneer echter in een rivierprofiel wordt ingegrepen moeten tegengestelde maatregelen worden gecombineerd om nadelige morfologische reacties in de rivierstroming te voorkomen. Dit principe wordt toegepast door nevengeulen en uiterwaardverlaging (stroomverruiming) met ooibossen en bebouwing (stroombelemmering) te combineren.

Het ontwerp is een op rivierkundige aspecten gebaseerd tactisch voorstel voor de implantatie van een aantal activiteiten in de uiterwaard. Het stromingspatroon bij hoogwater is de aanleiding voor een zonering in de richting van de rivier. De compositie van het ontwerp heeft het morfologische voordeel dat een maximale ingreep in het rivierprofiel een minimale stroombelemmering veroorzaakt.

ontwerp
Het contrast in de open uiterwaard wordt opgevoerd door verschillende dichtheden in stroken toe te passen. In de middelste strook wordt een ooios aangelegd, met daarin een terpencamping. Acht grote caissons bieden plek aan honderd vakantieverblijven. Een slanke hoteltoren staat als een landmark in de uiterwaard en gaat door zijn hoogte een relatie aan met de pijlers van de bruggen en de oude toren in de naastgelegen stad. De lintvormige megastructuur aan de dijkzijde is geënt op het landschap. Een levendige partituur van nieuwe woningtypen en voorzieningen doorbreekt de schaalloosheid en schept een kader voor het landschappelijk decor.

De inundatieregie in de uiterwaard bepaalt het patroon van wat boven het water uitsteekt en wat niet. De waterstandfluctuatie ensceneert een indrukwekkend waterballet, waarbij de hoger gelegen delen in de uiterwaard transformeren tot eilanden. De wintersatelliet vormt een plezierhaven in genotvolle krachtmeting met het natuurgeweld.

Bebouwing en natuurontwikkeling hebben ieder hun eigen dynamiek. Bebouwing gaat schoksgewijs, natuurontwikkeling gaat geleidelijk, maar kent geen eindvorm. Het ontwerp laat dan ook een groeiproces door de tijd toe. Erosie en sedimentatie zullen nieuwe landschappen slijpen. Je kunt immers niet twee keer in dezelfde rivier afdalen.