BABOUSCHKA BOEZEMS

Code PSC003


Amfibisch wonen in boezempolders; een synergie. De cultuurhistorische achtergronden van de polder en de eigenschappen gelieerd aan het ruimtelijk systeem, keren telkens terug in het ontwerp. Hiermee zoekt het geprojecteerde programma aansluiting bij de polder vanuit de cultuur van het wonen. De herhaling van een schaalprincipe: Babouschka Boezems.

Amfibisch wonen in boezempolders. Het realiseren van een synergie van wonen en waterbeheersing in de hercultivering van het Nederlandse polderlandschap. Een boezem voor waterberging en woningenberging. Een verrijking en respectering van het cultuurhistorische landschap, alsmede een verrijking en respectering van de wooncultuur. Het is grootschalig toepasbaar in Nederland, met interessante synergie-aspecten als waterzuivering, energie-neutraal bouwen, en het vergroten van de wateropname-capaciteit door dubbel onverhard grondgebruik.

De weidsheid van het polderlandschap ligt aan de basis van het ontwerp. De grootsheid van het horizontale versus de gevoeligheid van het verticale. Maar nog belangrijker: de begrensde ruimte versus de eindeloze ruimte. En de verrassende rol van de menselijke schaal in beide contrasten. Door de schaalsprongen polder - straat - patio - polder wordt de menselijke schaal gerelateerd aan de grote schaal van het landschap. Een en ander resulteert in verdiepingsloze woningen. De eigenschappen van het ruimtelijk systeem dringen door in alle schalen.

Het amfibisch wonen is onderhevig aan boezemwerking. Ten gevolge van de wisselende waterhoogte ontstaat een variabele waarneminghoogte die de amfibische variëteit genereert. Bij stijging of daling van het boezemwater kunnen het landschap en de sfeer compleet veranderen. De gevoeligheid van het verticale. Dit komt ook terug in het toegankelijke tweede maaiveld: het vegetatie-dak. Daarnaast wordt een grote amfibische variëteit gecreëerd door de jaargetijden en weersomstandigheden.

Het ontwerp streeft handhaving na van de identiteit van het landschap. De eigentijdse hercultivering is een toevoeging op het karakteristiek opgebouwde polderlandschap, zoals de uitlijning op de hoofdwaterloop. Bij de overweging welke polders aan te wijzen voor deze planontwikkeling zijn factoren van belang als: ligging, ontsluiting, omvang, haalbaarheid met betrekking tot bestaande bebouwing, en cultuurhistorische overwegingen. Er is ruimte voor gevarieerde dichtheden. Daarmee speelt het in op de regionale verschillen in woningbehoefte en boezemcapaciteit. De som daarvan zal invloed hebben op de dichtheid van de bebouwingsstructuur van de boezem. Bij een maximale dichtheid vormt een vegetatie-dak van de lage bebouwing een nieuw polderpeil. Het verlagen van de dichtheid vergroot de ruimtelijke kwaliteit van de boezembebouwing, terwijl de recreatieve mogelijkheden toenemen.

Uitgewerkt is een polder met een gemiddelde woningdichtheid. De woningen zijn niet uitsluitend introvert, maar richten zich meer op het open landschap waarin een coulissewerking ontstaat. De karakteristieken die de boezempolder in zich herbergt dringen door tot in de woning. Het amfibisch wonen vindt plaats op pontons. De pontons zijn universeel toegankelijk middels rolbruggen van dijklichaam naar straat, waardoor het geheel met de verandering van het waterniveau meebeweegt. Alle leidingen zijn opgenomen in kabelgoten die met de rolbrug en pontons verbonden zijn. Vanaf het dijklichaam en de rolbrug ontvouwt het interieur van de polder zich, gevuld met een structuur van water en woningen.

Bij het naar binnen gaan wordt het principe van de polder - de ingekaderde ruimte - in schaal teruggebracht tot de straat. Aan weerszijden van het wegprofiel liggen clusters van maximaal twee bij twee woningen. De constructie, die straat en woonclusters op hun plaats houdt, wordt gevormd door de steigers haaks op de straat. Vanaf de steigers wordt toegang geboden tot de open ruimte achter de woonclusters, en kunnen de woningen ontsloten worden.

De woonclusters kunnen geheel onafhankelijk van elkaar ontworpen worden. Ze zijn vervangbaar met het oog op een grote duurzaamheid van de ponton-constructie. Alle denkbare verkavelingen van de verdiepingloze woningen zijn mogelijk, mede daar het uitzicht binnen de woning beperkt kan worden gehouden . Het principe van de polder keert terug op het niveau van de bewoner: een (water)patio vormt de belangrijkste ruimte waaraan de woning daglicht onttrekt. Vanuit de woning vindt een directe terugkoppeling naar de schaal van de polder plaats: het toegankelijke vegetatie-dak. Ook op deze schaal is het opstijgen tot boven de begrensde ruimte mogelijk. De weidsheid, tot aan de horizon.