|
BABOUSCHKA BOEZEMS
Amfibisch wonen in boezempolders. Het realiseren van een synergie van wonen en waterbeheersing in de hercultivering van het Nederlandse polderlandschap. Een boezem voor waterberging en woningenberging. Een verrijking en respectering van het cultuurhistorische landschap, alsmede een verrijking en respectering van de wooncultuur. Het is grootschalig toepasbaar in Nederland, met interessante synergie-aspecten als waterzuivering, energie-neutraal bouwen, en het vergroten van de wateropname-capaciteit door dubbel onverhard grondgebruik. De weidsheid van het
polderlandschap ligt aan de basis van het ontwerp. De grootsheid van het
horizontale versus de gevoeligheid van het verticale. Maar nog belangrijker:
de begrensde ruimte versus de eindeloze ruimte. En de verrassende rol
van de menselijke schaal in beide contrasten. Door de schaalsprongen polder
- straat - patio - polder wordt de menselijke schaal gerelateerd aan de
grote schaal van het landschap. Een en ander resulteert in verdiepingsloze
woningen. De eigenschappen van het ruimtelijk systeem dringen door in
alle schalen. Het amfibisch wonen is onderhevig aan boezemwerking. Ten gevolge van de wisselende waterhoogte ontstaat een variabele waarneminghoogte die de amfibische variëteit genereert. Bij stijging of daling van het boezemwater kunnen het landschap en de sfeer compleet veranderen. De gevoeligheid van het verticale. Dit komt ook terug in het toegankelijke tweede maaiveld: het vegetatie-dak. Daarnaast wordt een grote amfibische variëteit gecreëerd door de jaargetijden en weersomstandigheden. Het ontwerp streeft
handhaving na van de identiteit van het landschap. De eigentijdse hercultivering
is een toevoeging op het karakteristiek opgebouwde polderlandschap, zoals
de uitlijning op de hoofdwaterloop. Bij de overweging welke polders aan
te wijzen voor deze planontwikkeling zijn factoren van belang als: ligging,
ontsluiting, omvang, haalbaarheid met betrekking tot bestaande bebouwing,
en cultuurhistorische overwegingen. Er is ruimte voor gevarieerde dichtheden.
Daarmee speelt het in op de regionale verschillen in woningbehoefte en
boezemcapaciteit. De som daarvan zal invloed hebben op de dichtheid van
de bebouwingsstructuur van de boezem. Bij een maximale dichtheid vormt
een vegetatie-dak van de lage bebouwing een nieuw polderpeil. Het verlagen
van de dichtheid vergroot de ruimtelijke kwaliteit van de boezembebouwing,
terwijl de recreatieve mogelijkheden toenemen. Uitgewerkt is een polder met een gemiddelde woningdichtheid. De woningen zijn niet uitsluitend introvert, maar richten zich meer op het open landschap waarin een coulissewerking ontstaat. De karakteristieken die de boezempolder in zich herbergt dringen door tot in de woning. Het amfibisch wonen vindt plaats op pontons. De pontons zijn universeel toegankelijk middels rolbruggen van dijklichaam naar straat, waardoor het geheel met de verandering van het waterniveau meebeweegt. Alle leidingen zijn opgenomen in kabelgoten die met de rolbrug en pontons verbonden zijn. Vanaf het dijklichaam en de rolbrug ontvouwt het interieur van de polder zich, gevuld met een structuur van water en woningen. Bij het naar binnen
gaan wordt het principe van de polder - de ingekaderde ruimte - in schaal
teruggebracht tot de straat. Aan weerszijden van het wegprofiel liggen
clusters van maximaal twee bij twee woningen. De constructie, die straat
en woonclusters op hun plaats houdt, wordt gevormd door de steigers haaks
op de straat. Vanaf de steigers wordt toegang geboden tot de open ruimte
achter de woonclusters, en kunnen de woningen ontsloten worden. De woonclusters kunnen
geheel onafhankelijk van elkaar ontworpen worden. Ze zijn vervangbaar
met het oog op een grote duurzaamheid van de ponton-constructie. Alle
denkbare verkavelingen van de verdiepingloze woningen zijn mogelijk, mede
daar het uitzicht binnen de woning beperkt kan worden gehouden . Het principe
van de polder keert terug op het niveau van de bewoner: een (water)patio
vormt de belangrijkste ruimte waaraan de woning daglicht onttrekt. Vanuit
de woning vindt een directe terugkoppeling naar de schaal van de polder
plaats: het toegankelijke vegetatie-dak. Ook op deze schaal is het opstijgen
tot boven de begrensde ruimte mogelijk. De weidsheid, tot aan de horizon. |