|
HoeLaaglandGeredWerd
Code PSB009
Er was eens een landje
Dat lag aan de zee Er was iets aan het handje Het zakte naar benee Overstroming
bedreigde dit landje Gelukkig ontstond het idee Veengroei door een hoger
waterstandje Het wonen veranderde mee Zo werd dit prachtige landje gered
van de dreigende zee
Er was eens, lang geleden,
een laag land
dat grotendeels uit meren en veenmoeras bestond. Op de natuurlijke hoogten
woonden de Laaglanders.
In de twintigste eeuw konden de Laaglanders overal wonen, omdat ze de
meren en veenmoerassen drooggemaakt hadden. Maar Laagland was onder de
zeespiegel gezakt en de bodem daalde steeds verder omdat door de ontwatering
het veen verteerde.
Dit veen zou in de vierentwintigste eeuw helemaal verdwenen zijn. Bovendien
stegen de rivieren en zee en regende het steeds meer in de winter. Laagland
dreigde te overstromen. Om dit te voorkomen hebben de Laaglanders al in
de eenentwintigste eeuw het veen laten groeien zodat de bodem ging stijgen,
ze pasten hun wonen hier op aan. Dit is het verhaal van hoe Laagland gered
werd
WATER
Vroeger maakten het veenweidegebied van Laagland en de daarin gelegen
droogmakerijen (drooggemaakte meren) gebruik van hetzelfde transport-
en opslagsysteem van water, dit bevatte vervuild en zout water uit rivieren
en droogmakerijen.
Om het veen te laten groeien moest het water tot het maaiveld staan, hiervoor
was 's zomers extra water nodig. Maar dan was er weinig rivierwater, bovendien
was dit water vervuild en zout. Daarom bewaarden de Laaglanders schoon
regenwater (dat vooral 's winters viel). Door het schone water van het
veengebied te scheiden van het vervuilde en zoute water van de droogmakerijen
ontstond het schone, nu nog bestaande, veengebied.
Dit veengebied krijgt water door regen en voert het teveel aan schoon
water af naar de droogmakerijen. Daarnaast kunnen droogmakerijen extra
water inlaten vanuit de rivieren, het teveel aan water kan hierop worden
geloosd.
LANDSCHAPPEN
Droogmeer is een diep gelegen, optimaal functionerend, (landbouw)gebied.
Randmeer, de rand van Droogmeer die constant onder water staat, vermindert
het door de grond wegstromen van water vanuit Grote Veen naar Droogmeer.
Het waterpeil is variabel omdat Randmeer regenwater opslaat van Grote
Veen.
Grote Veen is een groot aaneengesloten veengebied. Veenriviertjes zorgen
voor het watertransport in Grote Veen, kanalen vormen de verbinding met
Randmeer. Omdat het water overal tot het maaiveld staat, is de weidebouw
verdwenen. De sloten zijn blijven bestaan voor de aan- en afvoer van water.
Veenstroom is een smalle veenstrook langs een veenstroompje in Droogmeer.
Veel water stroomt door de grond weg naar Droogmeer. Om verdroging van
Veenstroom te voorkomen wordt alle regenwater vastgehouden (Veenstroom
staat tijdelijk onder water) en wordt bij droogte water vanuit Randmeer
aangevoerd.
WONEN
Omdat het wateroppervlak van Randmeer 'leeg' was en de woningbehoefte
hoog, zijn veel Laaglanders hier drijvend gaan wonen. Het wonen in Randmeer
was geen uitbreiding van nabijgelegen steden, maar bestond uit zelfstandig
functionerende dorpen.
In Grote Veen staat het water overal tot het maaiveld. In de oude hoger
gelegen lintdorpen zijn huizen bijgebouwd en zijn nieuwe lintdorpen langs
de kanalen ontstaan. Het watertransportsysteem en het contrast tussen
de besloten linten en het open landschap zijn hierdoor geaccentueerd.
In Veenstroom wonen de Laaglanders in de oude lintdorpen langs de veenstroompjes.
Het waterpeil varieert, daarom staan er paalwoningen en liggen er dijkjes
om de oude woningen die niet op palen zijn gebouwd.
RANDMEER
Het water is schoon omdat in de drijvende dorpen maximaal de helft van
de wateroppervlakte is bedekt, het water ontvangt zo voldoende licht.
Bovendien geven de drijvende gebouwen geen schadelijke stoffen af aan
het water.
Het water is overal zichtbaar, omdat elk dorp los van de dijk ligt en
water en bebouwing verweven zijn. Andere voordelen van wonen in dorpen
zijn dat elk dorp een compact, intensief centrum met voorzieningen heeft
en dat via de ontsluiting alle bebouwing aangesloten is op riool, gas,
water en elektriciteit. Transport is mogelijk over water en de drijvende
ontsluiting.
GROTE VEEN
Het veenriviertje en de kanalen zorgen voor het watertransport tussen
Randmeer en de polders. Grote sloten zorgen voor het watertransport binnen
de polders, kavelsloten sluiten hierop aan.
De woningen 'drijven' (op een fundering van schuimbeton) in het veen en
stijgen mee met het groeiende veen.
VEENSTROOM
In Veenstroom varieert het waterpeil tussen het maaiveld en een halve
meter daarboven. Het hele gebied is omringd door dijken. De sloten zijn
dichtgegroeid, het veenstroompje zorgt voor de eventuele wateraanvoer
vanuit Randmeer.
De vloer van de paalwoningen ligt ongeveer twee meter boven het veen.
De Laaglanders wonen langs de dijken van het stroompje; daar zijn wegen
en is aansluiting op riool-, gas-, water- en elektriciteitsnetwerk.
Omdat het veen groeide
is Laagland niet verloren gegaan. De Laaglanders leven nu mét het
veen en het water.
Zo leven ze nog lang en gelukkig
.
|