schaatser

Code PAB087


De schaatsenrijder is een amfibische woning op een geprefabriceerde polyesther bodemplaat. Het gewicht wordt verdeeld over vijf horizontale poten die scharnierend aan de bodemplaat zijn bevestigd. De poten van de verschillende woningen kunnen aan elkaar bevestigd worden om samen een grote flexibele mat te vormen voor een goede fundering.

In Nederland heeft elk dorp zijn eigen voorstad. Er zijn genoeg wijken om ruimschoots in het marktaandeel te voorzien. Ideële motieven om compact aan dorpen of steden te bouwen, zoals bescherming van het landschap en terugdringen van mobiliteit, snijden steeds minder hout.
Het eerste heeft geleid tot een contourenregel die gemeentes verplichtte om binnen een bepaalde grens met een kleine omtrek alle uitbreidingen te realiseren. De bescherming werkte averechts; heel Nederland is inmiddels volgebouwd met wijken, die niet op basis van hun plaats, maar van bouwjaar van elkaar verschillen. Het landschap is verstedelijkt en dat komt niet alleen door de bouwexplosie maar ook door de bouwwijze.
Het tweede is een verloren zaak. De mobiliteit is sinds de bouw van de wijken alleen maar gegroeid. Mensen schijnen een ingebouwde drang te hebben om 2 tot 3 kwartier van hun werk af te wonen. Als ecologie de drijfveer is om de compacte stad te bouwen, is het zinnig om te kijken wat voor werkelijke winst deze stad heeft op milieutechnisch gebied. De compacte stad leidt vaak tot grote verharde oppervlaktes, wat een desastreus effect op de grondwaterhuishouding kan hebben. Bovendien moet alle infrastructuur nieuw worden aangelegd. Nederland heeft, vooral op het platteland al een overdaad aan infrastructuur, die niet totaal wordt benut. Met compacte stad-wijken wordt dus inefficiënt omgesprongen met wat al aanwezig is.
De winst van amfibies bouwen is dat er geen, of weinig grondwerk hoeft te gebeuren, zodat de ontwikkeling van woongebieden simpel en dus niet meer per grote aantallen tegelijkertijd hoeft te gebeuren. Je hebt eindelijk geen wijk meer nodig om ergens te gaan wonen. Wijken ontstaan daar waar ruimte is en waar het leuk is, niet meer waar het moet.

De schaatsenrijder is een amfibische woning op een geprefabriceerde polyesther bodemplaat van 6 x 10 meter, waarop in principe iedereen een eigen huis kan laten bouwen. De wens om op drassige grond te kunnen bouwen zonder grote zandpakketten heeft geleid tot een eigenzinnige oplossing. Om scheefzakken tegen te gaan wordt het gewicht verdeeld over een zo groot mogelijk oppervlak. Vijf horizontale poten worden scharnierend aan de bodemplaat bevestigd en kunnen zo, al naar gelang de eisen van de directe omgeving opgesteld worden in een cirkel met een straal van 12 meter. De poten van de verschillende woningen kunnen aan elkaar bevestigd worden waardoor de huizen samen een grote flexibele mat vormen voor een goede fundering. De oude kerk van Delft bijvoorbeeld is ook op een mat, van koeienhuiden, gefundeerd. Een steiger verbindt de woningen met het vaste land en vormt samen met de poten stijve driehoeken.
Als het water hoog komt zullen de poten en een deel van de bodemplaat dienst doen als drijvers en houden balans volgens het catamaran principe.

De schaatsenrijder wordt zoveel mogelijk aan bestaande wegen gekoppeld. Waar het te ver is van de weg om nog met een kraan te bereiken, zal het aan een brede sloot moeten liggen. Eventueel moet er een kleine vaargeul worden gegraven. Elektriciteit wordt vanaf de openbare weg via de steigers doorgekoppeld. Elk huis neemt een eigen steigerdeel mee en daarmee een belangrijk deel van zijn eigen infrastructuur. Drinkwater komt via dezelfde wijze ook van de openbare weg, waar aangetakt kan worden op een bestaand leidingennet, of waar het door een vrachtwagen gebracht kan worden. Het kan echter ook van de andere kant komen, gebracht door een waterboot, een bekend principe bij woonboten. Afvalwater wordt in een in de bodemplaat ingebouwde sceptic tank met filters voor het grijze douche- en afwaswater verwerkt. Het water wat niet voor drinken of koken bestemd is, wordt uit het grondwater, of uit oppervlaktewater gewonnen. Omdat de sceptic tank het daar weer terug loost, blijft de kringloop klein.

Hoewel de bodemplaat op vele manieren bebouwd kan worden, is er één woning uitgewerkt. Deze woning, houtskeletbouw met een grote rieten kap, een licht materiaal dat goed isoleert en ruim voorhanden is, is gebouwd op het zo goed mogelijk benutten van zonnewarmte. Hiervoor is het enige zware element van de woning toegepast, een betonnen muur die op 1,5 meter van de lange beglaasde zuidgevel staat. 's Winters wordt deze muur door de zon, die laag in het zuiden staat beschenen en warmt zo op. Deze warmte wordt in de muur opgeslagen en in de loop van de nacht afgestaan.
De zone tussen de muur en de pui is 's winters een warmtebuffer en serre en 's zomers een balkon.