N A P

Code PAB086


Waterbeheer wordt steeds belangrijker en de vraag naar buitenstedelijke locaties is groot. De amfibische hydrometer bepaalt op basis van fluctuerende waterstanden voor elk landschap een specifiek bewoningsprofiel. Het waterpeil wordt zo de drager van onverwisselbare woonlandschappen met een eigen identiteit.

N A P - of de verworvenheden van een amfibische hydrometer

Waterbeheer, het herstel en behoud van typische waterlandschappen wordt in Nederland steeds belangrijker en legt beslag op de open ruimte. Tegelijkertijd neemt de druk op de 'grond' toe. De vraag naar woonlocaties met een eigen identiteit en op 'mooie' locaties buiten de stad is groot.

Deze tegenstrijdige uitgangspunten vormen de uitdaging van onze prijsvraaginzending. We ontwikkelen voor elk typisch waterlandschap een specifieke woonvorm in lage dichtheden. Het doel is het scheppen van nieuwe identiteiten vanuit het landschap.

De amfibische hydrometer is een methode en heeft het karakter van een catalogus die in de toekomst verfijning en differentiatie kan ondergaan:

- in onze voorbeeld-catalogus onderscheiden we in eerste instantie, bij wijze van proef, zeven landschappen: wad, getijdenlandschap, uiterwaarden, duinen, kommen, meren en polders.

- de eigenschappen van het betreffende waterlandschap worden gedefinieërd.

- de wisseling van waterstanden in getijden, seizoenen, incidenteel en constant is daarin essentieel. De wisseling bepaalt in grote mate het karakter van het landschap, de flora en fauna van het gebied en het mogelijke gebruik van het landschap op zich, bijvoorbeeld voor recreatie, landbouw, veeteelt, watersport, natuurgebied etcetera.

- het landschappelijke en waterloopkundige dwarsprofiel wordt bepaald. Dit profiel vormt de basis voor elke specifieke bebouwingsvorm: zeilende woonbodems in het wad, drijvende woningen in het getijdenlandschap, terpen in de uiterwaarden, ondergrondse huizen in de duinen, dijkwoningen in de kommen, waterpatios aan de meren en paalwoningen met vergezichten in de polders.
Profiel en bebouwing zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, verdere thematische ontwikkeling vanuit het landschap en het wonen in de eenentwintigste eeuw is toegestaan - verwisseling niet. Identiteiten worden op deze wijze (op)nieuw gecreëerd. Het karakter van het landschap verandert, het wordt aangescherpt en verhevigd.

- de waterlandschappen behouden hun gebruik en bestemming. Nieuwe functies hangen samen met het waterregulerende vermogen van het in traditie functionele productielandschap.
Zo worden de kommen ontwikkeld in hun funktie als waterberging met viskwekerijen en grasland. Op het wad met mosselbanken vissen en vogels, worden de boortorens omgebouwd tot voorzieningen platforms voor de zeilende woonbodems. Het getijdengebied als natuur- en recreatiegebied is een randstadpark.
De uiterwaarden maken gebruik van seizoengebonden sedimentatie voor zand- en kleiwinning. De duinen zijn er voor zomers vermaak, als zeewering en waterwingebied. De meren als gebieden voor 'groene en blauwe' sporten spaarbekkens met aquateelt en de polders berusten in hun sluimerende toestand van boerenland met recreatief potentieel op grond van een dubbel waterpeil, landbouw en wonen langs de randen, recreatie in het nattere midden.

- infrastrukturele basis voor het nieuwe amfibische wonen vormen de principes van de lichte stedebouw, zon- en windenergie, eigen (grijs)watercircuits en moderne communicatie- en informatie technologieën.

- de bewoners kunnen werkeklijk kiezen: voor laag uitzicht of hoog vergezicht, voeten in het water of bij voorkeur niet, permanent gemak of seizoensgebonden ongemak -als je huis is alleen per boot of schaats bereikbaar is-, zeelucht of poldergeur.

- de Nederlandse kaart van buitenstedelijke gebieden verandert opnieuw volgens haar aloude principe: het waterpeil als drager van onverwisselbare landschappen en bebouwingsvormen.