not in my back yard

Code PAB074


'NIMBY!' zet het vertrouwde Hollandse huis letterlijk op zijn kop. De ponton huisvest het besloten programma en draagt naast een lichte (boven-)woning de private buitenruimte. Deze biedt uitzicht, licht en lucht aan de woning, maar ook beschutting en stabiliteit in het variabele waterlandschap. Het is de kleinste schakel in het stedebouwkundig model.

Huizenprijzen naderen opnieuw het plafond. Het aanbod wordt kwalitatief alleen maar minder; de bouwkundige uitvoering minimaal, de woonruimte beperkt en de vraag naar buitenruimte blijft onbeantwoord. Dat laatste nota bene terwijl meer dan de helft van de bevolking meer buitenruimte blijkt te verkiezen boven een groter aantal vierkante meters.
Hoe kan dan worden verantwoord dat grote delen van het lage land blank zullen moeten komen te staan? Of liever hoe krijgen we een nieuwe generatie enthousiast voor de nieuwe, in het moeras drijvende woonwijken?

Het antwoord ligt op huis-tuin-en-keuken-niveau. Bij het ontwikkelen van 'nieuwe' ideeën over wonen mèt het water wordt niet alleen de woning, maar vooral ook de (private) buitenruimte belangrijk. Deze biedt de woning uitzicht, licht en lucht, maar ook beschutting en stabiliteit in een onrustige landschappelijke omgeving. Juist deze twee-eenheid is de bouwsteen van een nieuwe manier van wonen, de kleinste schakel vormend in het stedebouwkundig / landschappelijk model.

Het vertrouwde Hollandse huis wordt door de aanwezigheid van het water letterlijk op zijn kop gezet. Alle niet of minder daglicht gebonden functies -traditioneel gesitueerd onder het pannen dak- vinden nu hun onderkomen in een drijvende kelderbak van 18 bij 6 m. Deze ponton vormt tevens de basis voor de daarop in lichte constructie uitgebouwde woning èn de tuin, patio en / of dakterras.

De relatief lage en uit elkaar gelegen bouwdelen zorgen voor een optimale balans van de ponton. De lichte constructie biedt mogelijkheden voor het reduceren van de energiebehoefte. Hout en beton hebben een lage energie-inhoud, er zijn grote raamvlakken op het zuiden en de noordelijke gevel is nagenoeg gesloten. Het glasvlak van de trappenhal loopt door tot de onderlaag en is daar scheidingswand van de slaapkamers. Zo valt in de gesloten ponton ook daglicht naar binnen. Door toepassing van lamellen aan de buitenzijde wordt de warmteontwikkeling gecontroleerd. Met zonnecollectoren, goten en een ondiepe 'vijver' die het grijswatersysteem voeden en eventueel een vegetatiedak wordt verder invulling gegeven aan het duurzaam bouwen. De bijbehorende installaties worden ondergebracht in een speciale ruimte in de onderlaag.
De woningen zijn aangesloten op riolering en nutsvoorzieningen die via catamaranachtige wegen het moerassige plangebied bereiken. Dit is de belangrijkste verbinding met het achterland.

Een kader van bomen beschut de achterliggende wijk tegen de elementen, die op dit open en vlakke land vrij spel hebben. Het water kan vrij door het bomengebied en tussen de woningen door stromen. De oude kavelsloten zijn onderdeel van het grid van de buurtontsluiting. Deze is gebaseerd op de afmetingen van een (half) ponton, met steeds een marge van drie meter naast elke woning (9 x 9 m). Dit maakt een veelvoud aan schakelingen van woningtypen mogelijk.
Op deze manier blijft het wonen in het landschap compact. Een dichte structuur levert verstilde stegen als in de oude kashba die zijn ontstaan ter bescherming tegen de gure woestijnwinden. Bovendien wordt hierdoor de horizon zo min mogelijk belast en het systeem van drijvende woningen en wegen beheersbaar.

De auto wordt slechts op het relatief starre grid toegelaten en kan alleen (optioneel!) op de ponton een plek vinden. Voor het langzaam verkeer en alternatieve vervoermiddelen biedt een groene binnenring een interessantere en snellere ontsluiting.
Bij het invullen van het grid met woningen worden waterplaatsen en bestaande groenelementen als openbare ruimte geïntegreerd. De lage bebouwingsdichtheid, ten opzichte van de opzet van een conventionele wijk, levert een extra van zo'n 19% openbare ruimte op. Uitgangspunt blijft dat deze plassen, rietvelden, grienden etc. nooit substantieel aangetast mogen worden. Deze elementen vormen de grillige factor bij de invulling van de wijk.