geen titel

Code PAB073


De voorgestelde woonvorm staat net als het landschap onder invloed van veranderingen in de natuur. In principe liggen de woningen op de bodem, maar bij wassend water gaan ze drijven. De woningen zijn verankerd d.m.v een windmolen. Deze voorziet de woning van energie. Onder invloed van de wind draaien de woningen om de windmolen

Inleiding
Het Nederlandse landschap wordt gekenmerkt door de eeuwenoude strijd tegen het water. Rivieren worden gestroomlijnd, dijken worden verhoogd. Zelfs de zee krijgt geen kans meer om af en toe eens een dijk door te prikken en het land onder water te zetten. Het lijkt er zo langzamerhand op dat we erin zijn geslaagd het water onze wil op te leggen.
Nieuwe problemen doen zich echter voor. We hebben ons land zo goed beschermd dat het nu aan alle kanten dicht is en er bijna geen marge gebieden meer zijn die als waterbuffer kunnen dienst doen. Het grondwaterpeil vertoont hierdoor een onrustbarende stijging. We worden elk jaar weer geconfronteerd met dreigende overstromingen. In steden is de capaciteit van het rioolstelsel na een regenperiode onvoldoende, waardoor kelders en straten blank komen te staan. Deze problematiek vraagt om een structurele en naar Nederlandse maatstaven onconventionele oplossing.

Er zijn in Nederland veel gebieden waar amfibisch wonen mogelijk is: polders kunnen fungeren als overloop voor overtollig regenwater en kunnen tevens bebouwd worden met woningen, uiterwaarden langs rivieren staan 95% van de tijd droog, en wonen aan de kust is heel goed mogelijk in een amfibische woning.

De hier voorgestelde woonvorm speelt in op landschap dat niet is ingesteld aan het weren van water, maar dat het komen en gaan van water juist accepteert als natuurlijk fenomeen. Stijgend en dalend water wordt dan ook ingezet als bijzondere kwaliteit van het wonen. Het amfibisch wonen in zo'n landschap is geen statisch fenomeen maar staat net als het landschap zelf onder invloed van veranderingen in de natuur. De woning biedt beschutting op tijden dat de natuur een guur en onaangenaam karakter heeft en stelt zich open op de momenten dat de natuur een aantrekkelijk karakter krijgt.
De woningen zijn zelfvoorzienend. Dit betekent dat er geen dure infrastructuur wordt aangelegd, een lichte steigerconstructie vanaf een centrale parkeerplaats volstaat. Deze wordt overigens alleen gebruikt wordt door voetgangers en fietsers en alleen in tijden dat de ondergrond droog of drassig is. Wanneer de bodem onder water staat, kan men met een roeibootje vanaf de centrale parkeerplaats de woning bereiken.

De spil in de woning is de windturbine. Deze voorziet de woning van energie. In de directe nabijheid van de turbine is sceptictank aanwezig. De woning wordt elektrisch verwarmd. Water is de enige grondstof die hoeft te worden aangeleverd.
De woningen hebben een plaatfundering. In principe liggen de woningen op de bodem, maar bij wassend water gaan ze drijven. De woningen zijn verankerd d.m.v de windmolen. Onder invloed van de wind draaien de woningen om de windmolen. De oriëntatie van de woningen verandert hierdoor. Zo heeft men steeds een nieuwe buur, afhankelijk van de windrichting. Zowel in de zomer als in de winter kan er in de directe nabijheid van de woning gerecreëerd worden.

3 typen

Het Zenhuis is georganiseerd rondom een besloten patio. Het compacte volume zakt deels onder water bij stijgend water, de ruimtes in de onderste bouwlaag hebben daarom alleen ramen naar de patio, die altijd watervrij blijft. De woonruimtes op de bovenste laag hebben grote hoekramen die het zicht op het landschap garanderen. Bij droogvallen kan een van de wanden van de patio als een ophaalbrug naar beneden worden geklapt om het hoogteverschil tussen land en woning te overbruggen. Midden in patio is een gat uitgespaard waarin de windmolen staat.

Het Terphuis heeft een langgerekt volume dat orientatie op het landschap naar alle zijde garandeert. Uit het eenvoudige volume zijn buitenruimtes gesneden die bij hoog water drijven en als terras kunnen worden gebruikt. Bij droogte scharnieren deze steigerdelen als loopbruggn naar het lager gelegen land.
De windmolen is onzichtbaar in het volume opgenomen.

Het S-huis is gebouwd over twee bouwlagen en heeft een alzijdige oriëntatie. Het huis heeft een H-vormige plattegrond. Centrale spil in de woning is de entreehal, met midden daarin de mast van de windmolen. Vanuit de hal zijn twee terrassen bereikbaar; een zomerterras aan de windzijde en een lente- en herfstterras aan de luwe zijde. Het wonen gebeurt hoog boven het water, op de eerste verdieping. De slaapvertrekken bevinden zich op de begane grond.