|
geen titel
Inleiding
Er zijn in Nederland veel gebieden waar amfibisch wonen mogelijk is: polders kunnen fungeren als overloop voor overtollig regenwater en kunnen tevens bebouwd worden met woningen, uiterwaarden langs rivieren staan 95% van de tijd droog, en wonen aan de kust is heel goed mogelijk in een amfibische woning. De hier voorgestelde
woonvorm speelt in op landschap dat niet is ingesteld aan het weren van
water, maar dat het komen en gaan van water juist accepteert als natuurlijk
fenomeen. Stijgend en dalend water wordt dan ook ingezet als bijzondere
kwaliteit van het wonen. Het amfibisch wonen in zo'n landschap is geen
statisch fenomeen maar staat net als het landschap zelf onder invloed
van veranderingen in de natuur. De woning biedt beschutting op tijden
dat de natuur een guur en onaangenaam karakter heeft en stelt zich open
op de momenten dat de natuur een aantrekkelijk karakter krijgt. De spil in de woning
is de windturbine. Deze voorziet de woning van energie. In de directe
nabijheid van de turbine is sceptictank aanwezig. De woning wordt elektrisch
verwarmd. Water is de enige grondstof die hoeft te worden aangeleverd.
3 typen Het Zenhuis is georganiseerd rondom een besloten patio. Het compacte volume zakt deels onder water bij stijgend water, de ruimtes in de onderste bouwlaag hebben daarom alleen ramen naar de patio, die altijd watervrij blijft. De woonruimtes op de bovenste laag hebben grote hoekramen die het zicht op het landschap garanderen. Bij droogvallen kan een van de wanden van de patio als een ophaalbrug naar beneden worden geklapt om het hoogteverschil tussen land en woning te overbruggen. Midden in patio is een gat uitgespaard waarin de windmolen staat. Het Terphuis heeft een
langgerekt volume dat orientatie op het landschap naar alle zijde garandeert.
Uit het eenvoudige volume zijn buitenruimtes gesneden die bij hoog water
drijven en als terras kunnen worden gebruikt. Bij droogte scharnieren
deze steigerdelen als loopbruggn naar het lager gelegen land. Het S-huis is gebouwd over twee bouwlagen en heeft een alzijdige oriëntatie. Het huis heeft een H-vormige plattegrond. Centrale spil in de woning is de entreehal, met midden daarin de mast van de windmolen. Vanuit de hal zijn twee terrassen bereikbaar; een zomerterras aan de windzijde en een lente- en herfstterras aan de luwe zijde. Het wonen gebeurt hoog boven het water, op de eerste verdieping. De slaapvertrekken bevinden zich op de begane grond.
|