|
Ontginnen? Ginnen!
Code PAB063
Ons voorstel verzoent
Infrastructuur, landschap en stad. De infrastructuur wordt verstedelijkt
en de polder wordt weer nat en met een lage dichtheid bebouwd. Er komen
compacte amfibische woningen die autarkisch zijn. Energie-, afval- en
waterhuishouding zijn gesloten kringlopen. Alle materialen zijn hernieuwbaar,
demontabel en herbruikbaar.
De snelwegen en treinen
snijden dwars door de polders van Zuid-Holland. Deze hoofdinfrastructuur
wordt nu al geflankeerd door veel bedrijfsterreinen. Hiervoor zijn veel
stedenbouwkundige voorzieningen getroffen (gas, water, licht, riool, wegen,
parkeren) die zeer inefficiënt worden benut (sommige maar voor 5%!).
Auto's en treinen produceren veel lawaai, waardoor er niet dicht tegen
wegen en rails aangebouwd kan worden. Het gevolg is een versnippering
van het aangrenzende polderlandschap.
Het polderlandschap
is volledig gecultiveerd en wordt kunstmatig in stand gehouden. Rond 1200
hebben we het land ontgonnen, maar op een verkeerde manier: door te ontwateren
klinkt de bodem in waardoor we meer moeten ontwateren, dijken bouwen enz.
Wanneer wordt dit proces gestopt?
Ontginnen? Ginnen!
Ons voorstel verzoent Infrastructuur, landschap en stad. De polder wordt
zo min mogelijk bemalen zodat er in ieder geval geen gebiedsvreemd water
('s zomers) toegevoegd hoeft te worden. Door de hoge waterstand krijgt
het veen weer de kans om aan te groeien. Niet de Grutto, die aangewezen
is op de strakke graslanden, maar de Kwak, Waterral en Blauwborst keren
terug na lang te zijn weggeweest. Riet, populieren- en wilgenhout kan
geoogst worden.
De bestaande infrastructuur wordt uitgebreid met lightrail en bussen en
omkleedt met bedrijven, kantoren, winkels, voorzieningen en woningen.
De bebouwing beschermt het achterliggende landschap.
De Polderlintstad
In plaats van de in Vinex voorgeschreven 35 woningen per ha, zoeken wij
de extremen, die voor gemiddeld 35 woningen per ha zorgen. Er zijn bedrijven,
kantoren en zoveel woningen (meer dan 100won./ha), dat er ook stedelijke
voorzieningen zoals winkels en openbare gebouwen een plaats kunnen vinden.
Het is een Polderlintstad.
Het Polderhuis
In de polder is het rustig. De bebouwingsdichtheid is 10 woningen per
ha. De grond blijft in bezit van de overheid en de woningen kunnen als
tenten van een kampeerplaats weggehaald worden zonder een spoor achter
te laten. Door de fluctuaties van de waterspiegel maken gecultiveerde
tuinen plaats voor vrije natuur.
Mobiliteit
In de polder zijn geen parkeerplaatsen, maar er rijden vaak kleine busjes
over de dijken. Ze stoppen bij de inframedions (omgebouwde boerderijen)
en brengen de bewoners bij de Polderlintstad. Daar is hoogwaardig openbaar
vervoer en zijn de parkeergarages.
De bewoners hebben kleine karretjes waarmee ze boodschappen, afval en
grotere dingen van hun woning naar de Inframedion kunnen vervoeren. Deze
karretjes kunnen bij de woning en bij het inframedion gestald worden.
Volledige autarkie:
Er is geen meterkast want voor alle voorzieningen wordt zelf gezorgd.
Telefoneren kan met GSM, en televisie ontvangst met een schotel. De energie
wordt opgewekt met pv cellen en met een Darrieus-rotor. Warm water wordt
met een zonneboiler en een warmtepomp opgewekt. Regenwater wordt opgevangen
voor gebruik, grijs water wordt door de biezen gereinigd en zwart water
door algen. Afval wordt naar het inframedion gebracht en daar zo veel
mogelijk hergebruikt.
Vorm van het huis:
Een bol heeft de gunstigste verhouding tussen inhoud en oppervlak; er
is weinig materiaal nodig om veel volume neer te zetten en de transmissieverliezen
zijn het laagst. De zon staat echter in het zuiden en om daar gebruik
van te maken is de bol uitgetrokken tot een ei. De opbouw van een ei staat
model voor de bouwfysische uitwerking van de woning.
Om de hele woning zit
een schaal die regen en wind tegenhoudt.
Het "eiwit" is een buffer van lucht; als de zon schijnt warmt
deze op en is het huis in een warme deken gehuld. De warme lucht wordt
door kanalen in de vloer en de wanden heen gezogen zodat deze de warmte
kunnen opslaan en afgeven aan de vertrekken. De resterende warmte wordt
door een warmtepomp omgezet in warm water voor lage temperatuurverwarming.
Materialen.
De belangrijkste gebruikte materialen zijn: hout (drijvers, constructie,
kozijnen en vloeren), strobalen en leem. Het dak is van glas. En de huid
is een technische textiel van chitine of keratine verstrekt met hennepvezels.
De materialen zijn vernieuwbaar demontabel en herbruikbaar.
|